Problemen met doorslapen treft één op de drie senioren
Op zondag 21 maart is het weer internationale Dag van de Slaap. Een dag waarop 1 op de 3 senioren ’s nachts zal wakker liggen. Uit een grootschalige enquête bij 1.000 Belgen blijkt dat slaapstoornissen steeds vaker voorkomen bij ouder worden. Volgens de BASS (The Belgian Association for Sleep Research and Sleep Medicine) staat op nummer één slapeloosheid, waarbij er sprake is van problemen met in slaap vallen of met doorslapen ’s nachts.
Als je ouder wordt, verandert je slaappatroon. Een aantal typische veranderingen maakt deel uit van het normale verouderingsproces. Zo daalt de hoeveelheid diepe slaap en is er in verhouding meer oppervlakkige, lichte slaap. Dat leidt tot vaker wakker worden ’s nachts: een meer gefragmenteerde slaap. Uit een representatieve steekproef bij 989 Belgen blijkt nu ook dat slaapstoornissen meer voorkomen bij het ouder worden.
Verschuiving biologisch ritme
Allereerst werd vastgesteld dat je minder lang slaapt als je ouder wordt: 15- tot 34-jarigen rapporteren de meeste slaap, namelijk 7 tot 8 uur, terwijl dit bij 35- tot 64-jarigen daalt tot 6 à 7 uur slaap. Vanaf de pensioenleeftijd neemt de hoeveelheid slaap opnieuw toe, vermoedelijk ten gevolge van meer tijd die beschikbaar is. Wel blijft die nog lager dan tijdens de jongvolwassenheid: in de groep van 15- tot 34-jarigen slaapt 51% 8 uur of meer, in de groep van 35- tot 54-jarigen is dit slechts 28% en in de groep van 55+ gaat het om 43%.
Volgens de BASS: “Bij de deelnemers vormde wakker worden tijdens de nacht duidelijk een groter probleem bij de 65-plussers. Terwijl dit tot de leeftijd van 65 jaar voor 18% van de bevolking problematisch is, neemt dit toe tot 35% bij mensen ouder dan 65 jaar. Daarnaast is er een verschuiving van het biologische ritme: oudere mensen gaan over het algemeen vroeger slapen, maar staan ook vroeger op. Ouderen doen vaker dutjes overdag. Bij dutjes van maximaal 30 minuten kan dit de alertheid en prestatie bevorderen. Langere dutjes kunnen ertoe leiden dat je ’s nachts minder kan slapen.”
Meer slaapstoornissen
Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat slaapstoornissen met het ouder worden meer voorkomen. Op nummer één staat slapeloosheid of insomnie. Bij deze slaapstoornis is er sprake van problemen met in slaap vallen of met doorslapen ’s nachts en biedt de slaap onvoldoende recuperatie ondanks de mogelijkheid om te slapen. Slapeloosheid kan op zichzelf als probleem bestaan of samenhangen met ziekte of het gebruik van medicatie.
“Ook in België merken we dat het percentage volwassenen dat lijdt aan slapeloosheid toeneemt vanaf de leeftijd van 35 jaar. Waar insomnie voor de leeftijd van 35 ongeveer 1 op 5 mensen treft, wordt dat na die leeftijd 1 op 3. Bij 65-plussers nemen vooral de doorslaapproblemen nog verder toe”, aldus de onderzoekers.
Een andere frequente slaapstoornis is de ‘vervroegde slaapfase’, gekenmerkt door een extreme vervroeging van het slaapritme, waardoor je bijvoorbeeld belemmerd wordt in je sociale contacten. Hier kan het helpen mensen te motiveren om zich zo goed mogelijk bloot te stellen aan daglicht, zeker in de late namiddag en avond. Tijdens de winterperiode kan lichttherapie een uitkomst bieden.
Ten slotte blijkt nu ook dat obstructieve slaapapneu - waarbij je ’s nachts frequente ademhalingspauzes merkt - toeneemt bij ouderen. Slaapapneu wordt hoofdzakelijk herkend door het zware snurken ’s nachts en de hoge mate van slaperigheid overdag. Ook hier is een geschikte behandeling belangrijk, gezien het verband met hart- en vaatziekten en het risico op een achteruitgang van het mentaal functioneren.
“Jammer genoeg worden deze problemen, die je niet meer als onderdeel van het normale ouder worden kan aanvaarden, vaak onvoldoende erkend en behandeld, ondanks het bestaan van werkzame behandelingen. Nochtans kunnen slaapstoornissen de levenskwaliteit aanzienlijk negatief beïnvloeden”, aldus de BASS.
Slaapproblemen voorkomen of behandelen
Slaapmedicatie kan op korte termijn een antwoord bieden op slapeloosheid, wanneer dit zich voordoet tijdens een zware periode bijvoorbeeld. Op lange termijn zijn gedragsmatige behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie voor insomnie, voordeliger. In de onderzochte steekproef gebruikten zeer weinig mensen jonger dan 35 jaar slaapmedicatie (2%). Vanaf dan nam het medicatiegebruik toe (6% bij 35- tot 44-jarigen) en bleef vanaf 45 jaar rond 10%.
Mensen staan nog te weinig stil bij hun slaapgedrag, zo luidt het bij de centra voor waak- en slaapstoornissen in België. Met algemene slaaptips kan je vaak al goed geholpen zijn. Ook het belang van een goede slaaphygiëne is niet te onderschatten. Anderzijds is er de laatste tijd heel wat vooruitgang geboekt op het vlak van de behandeling van slaapproblemen, zowel op het gebied van niet-medicamenteuze strategieën (gedragsmatige behandeling) als medicamenteuze (andere werkingsmechanismen naast de klassieke) - en deze ontwikkeling staat niet stil.